top of page
Zoeken

“Ach, dat beetje lullen… hoe zwaar kan dat nou zijn!?”

Er zijn van die opmerkingen die je vaker hoort dan je lief is. “Ach, dat beetje lullen… hoe zwaar kan dat nou zijn!?” Of: “Joh, je hebt maar vier of vijf gesprekken per dag. Stel je niet aan.” Mijn favoriet? “Ga maar eens een dag op je knieën zitten straten maken, dát is pas zwaar.” En dan de klassieker: “Al die therapeuten zijn zelf gestoord geworden en noemen zich daarna hulpverlener. Kwakzalvers! Heb je niks aan. Je moet gewoon niet zeuren en doorgaan.”


Tot voor kort kon ik daar echt boos om worden. Niet omdat ik me persoonlijk aangevallen voelde, maar omdat zulke opmerkingen iets blootleggen wat veel dieper zit: een vorm van onbegrip, machtsverhouding en tegenstrijdigheid.

Want het is niet zo zwart-wit. De vraag of mentale ontwikkeling, of mentaal werk, zwaarder is dan fysieke arbeid, is eigenlijk heel interessant. Het korte antwoord? Het hangt af van de context, de persoon en het soort werk.

 

Mentale ontwikkeling (cognitieve belasting)

Wat het inhoudt:

  • leren, nadenken, plannen, beslissingen nemen, creativiteit, emotionele regulatie, probleemoplossing.

  • Vaak aanwezig in banen die veel concentratie of verantwoordelijkheid vragen (bijv. arts, programmeur, docent, leidinggevende, counselor of therapeut).


Zwaar omdat:

  • mentale vermoeidheid stapelt zich op zonder dat je het fysiek voelt.

  • continu hoge cognitieve druk kan leiden tot stress, burn-out of verminderde motivatie.

  • mentale inspanning is moeilijk “uit te zetten”. Je kunt er na het werk mentaal in blijven hangen.


Fysieke ontwikkeling (lichamelijke belasting)

Wat het inhoudt:

  • kracht, uithoudingsvermogen, motoriek, fysieke coördinatie.

  • belangrijk in beroepen zoals bouw, zorg, logistiek, landbouw of topsport.


Zwaar omdat:

  • vermoeidheid is direct voelbaar in het lichaam.

  • herstel kost tijd (spieren, gewrichten). Langdurige fysieke belasting kan leiden tot slijtage of blessures.

 

Conclusie

Geen van beide is “zwaarder” in absolute zin. Ze zijn anders zwaar. Voor veel mensen is mentale belasting moeilijker te herkennen en te herstellen, waardoor die vaak onderschat wordt. In fysiek zware beroepen is de lichamelijke belasting duidelijker en directer voelbaar, maar vaak ook beter gereguleerd; met pauzes, rustdagen en ergonomische maatregelen.

 

Waarom mentale beroepen niet als “zwaar” worden gezien

Het klopt inderdaad dat mentale of emotioneel intensieve beroepen, zoals counselor, therapeut, maatschappelijk werker of psycholoog, vaak niet worden erkend als “zware beroepen”, zeker niet in beleid of pensioenregelingen. Laten we eens kijken waarom dat zo is, en waarom dat eigenlijk anders zou mogen zijn.


  1. Traditionele definitie van “zwaar beroep”

Historisch gezien werd een zwaar beroep gedefinieerd als

  • “Een beroep met hoge fysieke belasting of gevaar voor de gezondheid of levensduur.”

  • Denk aan werk in de bouw, scheepvaart, politie, brandweer of zorg (de fysieke kant).De nadruk lag op lichamelijke slijtage: rugklachten, spierproblemen, gevaarlijke omstandigheden, nachtdiensten.

  • Mentale of emotionele belasting was lange tijd onzichtbaar en dus moeilijk te meten of te bewijzen.

 

2. Mentale belasting is moeilijk te kwantificeren

  • Fysieke belasting kun je meten: gewicht, uren staan, hartslag, arbeidstijd.

  • Mentale belasting is veel diffuser: het gaat om empathie, emotionele draagkracht, concentratie, morele verantwoordelijkheid, betrokkenheid.


Er bestaan wel meetinstrumenten (zoals de Werkdrukmonitor of het Job Demands-Resources model), maar die zijn moeilijk concreet te vertalen naar beleid. Wat niet goed meetbaar is, krijgt vaak minder erkenning.

 

3. “Zorg voor anderen” wordt vaak romantisch, niet zwaar, gezien

Bij beroepen als counselor of therapeut hoor je vaak: “Je praat toch alleen met mensen?”“ Dat is mooi werk, maar niet fysiek zwaar.” Maar die opvatting ontkent de emotionele arbeid die bij dit vak hoort. Je draagt dagelijks de pijn, trauma’s en worstelingen van anderen. Je moet empathisch zijn, maar ook professioneel blijven. Je mag niet “instorten”, ook niet als je geraakt wordt. Dat vraagt een enorme mentale en emotionele veerkracht.

 

4. Institutionele traagheid en erkenning

Beleid en pensioenstelsels lopen achter op maatschappelijke inzichten. Pas de laatste jaren erkent men stress, burn-out en secundaire traumatisering als echte gezondheidsrisico’s. Er is dus een kloof tussen:

  • Wat de psychologische wetenschap weet over mentale belasting, en

  • Wat beleidsmakers erkennen als “zwaar werk”.

 

5. De realiteit: mentale beroepen zijn zwaar. Op een andere manier

  • Hoge empathische belasting → risico op compassion fatigue.

  • Continue emotionele regulatie → risico op burn-out.

  • Weinig erkenning of herstelmomenten.

  • Meer morele verantwoordelijkheid dan controle over de uitkomst.

  • Het is een andere, minder zichtbare vorm van slijtage.

 

Wat ik zie in mijn praktijk

En precies dat zie ik dagelijks terug in mijn werk.

  • Ik zie de CFO die in tranen uitbarst omdat hij het niet meer trekt.

  • De docente die tijdens een sessie een herbeleving krijgt van oud misbruik.

  • De timmerman die niets meer uit zijn handen krijgt na het overlijden van zijn vrouw.

  • De man die jarenlang als “probleemgeval met zware ADHD" werd bestempeld en nu eindelijk begrijpt dat hij hoogbegaafd is; en dus al die tijd niet raar, maar onbegrepen was. Onbegrepen in zijn onuitputtelijke goede bedoeling om oplossingen te bieden voor risico's en problemen die hij van mijlen ver al zag aankomen terwijl anderen nog aan de koffie slurpen.


Ik zie stoere directeuren, docenten, verpleegkundigen, bouwvakkers, HR-stafleden, IT’ers, huisartsen, makelaars, marketeers, overheidsmedewerkers, zelfs counselors en therapeuten. Allemaal verschillend, allemaal uniek. En allemaal slijten ze. Iedereen loopt averij op. Niemand uitgezonderd. Of je nu hetero, homo, lesbisch, transgender, religieus of niet-religieus bent. Mentale pijn raakt iedereen. En wat ik telkens zie: die mentale pijn uit zich vroeg of laat in het lichaam.

 

Trots, gelijkwaardigheid en een vleugje ‘woke’ (?)

Als ik daar zo naar kijk, voel ik geen boosheid meer. Ik voel trots. Trots op mijn werk, op de mensen die ik begeleid, en op de moed die ze tonen door te durven kijken naar wat écht speelt.


En eerlijk? Ik maak me geen seconde meer druk om wat iemand vindt van mijn beroep. Zelfs mijn beste vrienden mogen het "simpel nietszeggend werk" vinden omdat er geen "bakken met geld aan verdiend wordt" of dat er afstand genomen wordt van mentale pijn door continue in de linker hersenhelft te blijven rationaliseren en redeneren. Het is ok. Iedereen mag een mening hebben. Iedereen mag vinden dat zijn werk het zwaarste is.


Maar wat mij drijft, is gelijkwaardigheid. En misschien is dat in deze tijd wel mijn eigen vorm van ‘woke’ zijn. Niet als modewoord of statement, maar als een bewuste houding. Een manier van kijken. Een manier van luisteren.


We leven in een tijd waarin “woke” twee gezichten heeft. Aan de ene kant heb je mensen die echt wakker willen zijn: die oog hebben voor ongelijkheid, voor mentale gezondheid, voor de dingen die lang onzichtbaar bleven. Ze staan open voor nuance, empathie en groei. Dat is mooi, dat is precies waar menselijkheid begint.


Aan de andere kant zie je de tegenreactie. Mensen die het allemaal maar overdreven vinden. Die denken dat kwetsbaarheid gelijkstaat aan zwakte, en dat praten over emoties een teken is van luiheid of slachtoffergedrag.“Je moet gewoon niet zeuren, en doorgaan. ”Het is dezelfde gedachte die klinkt in die zinnen: “Ach, dat beetje lullen… hoe zwaar kan dat nou zijn?”


En eerlijk? Ik snap die weerstand ook wel. Want wakker worden is ongemakkelijk. Het betekent dat je dingen moet zien die je liever niet ziet. Bij anderen, maar soms ook bij jezelf. Voor mij gaat “woke” dus niet over goed of fout, links of rechts, voor of tegen. Het gaat over bewust zijn. Bewust van de onzichtbare lasten die mensen dragen. Bewust van hoe snel we oordelen over iets dat we niet begrijpen. Bewust van de noodzaak om ruimte te geven aan elkaars perspectief. Ook als dat schuurt.


Dat is wat ik elke dag in mijn praktijk zie. Dat echte ‘wakker zijn’ niet schreeuwerig is, maar stil. Niet dwingend, maar luisterend. En dat respect pas begint op het moment dat we erkennen dat zwaar werk niet altijd zichtbaar is. Maar wél voelbaar, in ieder mens. Want uiteindelijk hoef ik niemand te overtuigen van de waarde of zwaarte van mijn werk. Dan zou ik continue extern gefocust zijn. Ik ben liever op dat vlak intern gefocust. Ik voel het. Ik zie het. Ik leef het, elke dag opnieuw. In elk verhaal, elke traan, elke stilte.


Ik heb in ieder geval op een andere manier de bevestiging gekregen dat ik “wel hard en zwaar gewerkt heb”. De onzichtbare uren van permanente ontwikkeling van de counselor therapeut. Het behalen van een diploma om nog breder mensen te kunnen ondersteunen. Dát is voor mij de echt zware arbeid. En die zal nodig blijven zijn totdat ik stop met het prachtige vak mentaal hulpverlener/ counselor therapeut.

 
 
 

Opmerkingen


CTD Counseling

 

Contactgegevens

Billie Holidaylaan 22, Rotterdam

info@ctdcounseling.nl

+31 6 14 89 87 73

​Bedrijfsgegevens:

KvK: 72648058

BTW-nummer: NL001626949B70

ABvC Register Counsellor lidnummer 118391

RbCZ Licentienummer 25016R

Bereikbaarheid Praktijklocaties:

- Praktijklocatie aan huis, gratis parkeren (praktijk is niet rolstoel toegankelijk. Openbaar vervoer is op 6 minuten lopen; Metro Station Ambachtsland) 

- Praktijklocatie Jordens Fysio Medisch Centrum, gratis parkeren (is rolstoel toegankelijk en gemakkelijk via openbaar vervoer bereikbaar; bushalte Krimpen a/d Lek, Rembrandtstraat

- Praktijklocatie Landgoed Vidaa, gratis parkeren bij locatie Hoeksekade 162, 2661 JL Bergschenhoek (is niet makkelijk rolstoel toegankelijk. Openbaar vervoer is geen optie)

 

Privacyverklaring

Algemene Voorwaarden

Disclaimer

 

© 2025 CTD Counseling. All rights reserved.

  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn
bottom of page